Inclusief of exclusief?

Een paar weken geleden was ik op het inclusiviteits symposium Danceable van Holland-Dance in Den Haag met bestuurders en makers als sprekers.

Wat me daar raakte, was dat een danser met een lichamelijke beperking vertelde geen slap aftreksel te willen zijn van de niet-beperkte danser, maar een totaal nieuwe vorm en idioom te willen presenteren waarin de beperking inclusief en daarmee uniek werd. Kunst maken, inclusief je lek en gebrek, creatie in een nieuwe vorm.

Dit staat in schril contrast met bijvoorbeeld de gesubsidieerde muziekwereld. Als we kijken naar symfonieorkesten in Nederland die als richtlijn voor de nieuwe cultuurperiode de thema’s ‘diversiteit’ en ‘inclusiviteit’ hebben meegekregen, zien we dat ze worstelen met deze termen.

Diversiteit betekent volgens mij: jouw product beschikbaar maken voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld voor mensen met een migratie-achtergrond. Daar komen we misschien nog wel uit door jouw orkest in te zetten als middel voor cross-overs met artiesten uit de multiculturele scene.

Maar… is dat ook inclusiviteit?

Ik denk van niet. En dat bleek op het eerdergenoemde symposium ook. Een voorbeeld: er zijn bestuurders die hun hele ziel en zaligheid geven om programma’s voor de speciaal onderwijsscholen via educatie vanuit de instellingen te voeden. Heel erg ‘zenden’. Wij als kunstenaars gaan dan autistische kinderen helpen om hun eigen talenten te kunnen ontwikkelen.

Een prachtig streven, maar ik geloof dat dit in de toekomst niet duurzaam is.

Inclusiviteit gaat voor mij niet over het inzetten van je skills voor een speciale groep. Inclusiviteit is niet iets wat je doet, maar wat je bent!

Het lijkt er echter op dat grote instellingen terugkomend bij een symphonieorkest zich exclusief gedragen. Daarmee ook exclusief publiek krijgen, want je krijgt wat je bent.

Hoe word je nu inclusief?

Wat mij betreft heb je daar een paar dingen voor nodig: onvoorwaardelijkheid, te zien wat er nodig is, niet je ding blijven doen, maar het middel zijn. Met al je talent, al je muziek, al je musici. Dáár begint inclusiviteit.

Het willen, het ‘zijn’ als organisatie, het beschikbaar zijn voor publiek en maatschappij. Alleen dan ben je inclusief.